Dat ijsberen wit zijn leek me geen onderwerp van discussie. Perfectionisten vinden ze misschien lichtgeel. Of “vuilwit”. Maar ik noem het gewoon wit. Het verbaasde me dan ook dat verleden week, in de pauze van een lezing, twee meisjes naar me toe kwamen om me te vertellen dat ijsberen helemaal niet wit zijn. “Meneer Haring, ijsberen hebben een zwarte huid. Uit die huid groeien holle haartjes. Het zijn doorzichtige haartjes. Maar vanwege hun holheid, breking van het licht en allemaal andere ingewikkelde dingen lijken die haartjes wit. Maar dat zijn ze niet; ze zijn doorzichtig. Eigenlijk zijn ijsberen dus zwart: ze hebben immers een doorzichtige vacht op een zwarte huid.
Bij deze WISEBIT zijn opdrachten beschikbaar om uit te printen voor klassikaal gebruik.
Is er een verschil tussen wit zijn en wit lijken? En, als daarin geen verschil is, waarom is er dan wel een verschil tussen een koffer die zwaar is en een koffer die zwaar lijkt?
Waarom zouden ijsberen, die overal zo'n dikke vacht hebben, dan een zwarte huid hebben? En met welke experimenten zou je kunnen aantonen dat jouw theorie juist of onjuist is?
Wilt u uw ervaringen met het klassikaal inzetten van de WISEBITS delen? Stuur dan uw bevindingen of vragen naar wisebits@iclon.leidenuniv.nl
Bij deze WISEBIT is ook een toelichting op de opdrachten beschikbaar. Ze zijn geschreven door docenten en gericht op het op het klassikaal inzetten van de WISEBIT. Klik hieronder om de toelichting te bekijken.