De Nederlandse kledingmaten zijn in de jaren vijftig door Bijenkorf bedacht. Die heeft een lading vrijwilligers naar een Bijenkorffiliaal laten komen om zich op te laten meten. Met wat natte vingerwerk en eenvoudige statistiek zijn daar uiteindelijk de maten 36, 38, 40 etc. uitgerold. Zonder dat voor ons precies duidelijk is wat die maten inhouden. Hoe bepaal je of een kledingstuk, zoals bijvoorbeeld een trui, maat medium is, of maat large? Wat moet je dan doen? De lengte van de mouwen nemen? De breedte van de borst? Of de som van beiden? De afstand tussen beide schouders? En hoe zit dat dan met een ruimvallend model, als de mode ernaar is?
Bij deze WISEBIT zijn opdrachten beschikbaar om uit te printen voor klassikaal gebruik.
Zoek op het internet naar conversieprogramma’s en reken uit hoeveel mijl 10 km is en hoe heet het is in oF als het hier 29 graden is.
Een jongetje van zes (dat geen groentes lust) vroeg laatst tijdens het eten: “Pappa, waarom is tien erwtjes weinig en tien olifanten veel”? Kun je meer voorbeelden vinden van dit soort relatieve maten?
Wilt u uw ervaringen met het klassikaal inzetten van de WISEBITS delen? Stuur dan uw bevindingen of vragen naar wisebits@iclon.leidenuniv.nl
Bij deze WISEBIT is ook een toelichting op de opdrachten beschikbaar. Ze zijn geschreven door docenten en gericht op het op het klassikaal inzetten van de WISEBIT. Klik hieronder om de toelichting te bekijken.