Descartes probeerde als filosoof er achter te komen wat-ie heel zeker kon weten. En om daar achter te komen ging hij structureel aan alles twijfelen. Zo twijfelde hij eraan of hij wel Descartes heette; misschien heette hij eigenlijk Kees. En hij twijfelde eraan of-ie wel een lichaam had. Misschien was hij eigenlijk een soort goudvis die in een aquarium zwom. En zaten er aan zijn goudvissenbrein een soort van draadjes vast, met aan het andere eind een kwade geest die de goudvis het idee gaf over een mensenlichaam te beschikken. Misschien was dat wel zo. Helemaal zeker weten dat het zo niet was deed Descartes niet.
Eén ding echter wist Descartes met zekerheid: Er is iets dat zich al deze vragen stelt. Iets wat denkt. En dat “iets” dat noemde Descartes “ik”: “Ik denk, dus ik besta.”
Bij deze WISEBIT zijn opdrachten beschikbaar om uit te printen voor klassikaal gebruik.
Descartes probeerde, als filosoof, er achter te komen wat hij zeker kon weten. Om daar achter te komen, ging hij juist aan alles twijfelen. Twijfel je zelf ook wel eens aan iets of iemand? En hoe kom je dan achter de “waarheid”?
Descartes twijfelde eraan of hij wel een lichaam had. Hoe zou je kunnen aantonen dat je bestaat?
Wilt u uw ervaringen met het klassikaal inzetten van de WISEBITS delen? Stuur dan uw bevindingen of vragen naar wisebits@iclon.leidenuniv.nl
Bij deze WISEBIT is ook een toelichting op de opdrachten beschikbaar. Ze zijn geschreven door docenten en gericht op het op het klassikaal inzetten van de WISEBIT. Klik hieronder om de toelichting te bekijken.